Veelgestelde vragen

Bewerking en verwerking van verschillende materialen. Per bewerking uitgedrukt in de eenheid die bepalend is voor dat proces (bv. vierkante meter gewalste plaat of kilo geëxtrudeerde kunststof).

Het winnen en produceren van brandstoffen en het opwekken van energie. De score van elektriciteit houdt rekening met de verschillende brandstoffen die in Europa worden gebruikt om elektriciteit op te wekken. Er is een eco-indicator bepaald voor hoogspanning, bedoeld voor industriële processen. De eco-indicator voor laagspanning is bedoeld voor huishoudelijk en klein industrieel stroomverbruik. Het verschil ligt voornamelijk in netverlies en infrastructuur zoals hoogspanningskabels.

De vrij grote verschillen tussen landen vinden hun oorsprong in de verschillende productietechnieken en brandstoffen. Ook de groene stroomtoepassingen hebben een milieu-impact doordat de productie en infrastructuur ervoor ook meetellen.

Als een product in de afvalfase terechtkomt, bekijken we eerst of het geheel of gedeeltelijk hergebruikt kan worden. De milieu-impact die ontstaat door het afgedankte product bij een nieuwe gebruiker te brengen voor hergebruik, is in principe verwaarloosbaar klein. De Kringwinkels in Vlaanderen zijn een voorbeeld van hoe hergebruik gestimuleerd wordt.

De totaliteit aan productieprocessen, vanaf de grondstofwinning, op basis van 1 kg materiaal, tenzij anders vermeld. Ook transportprocessen zijn opgenomen, tot aan het laatste proces in de productieketen.

Als een product wordt afgedankt en in een gesloten circuit wordt opgehaald en verwerkt om de gebruikte materialen te recupereren, spreken we van recyclage. De term recyclage wordt helaas te pas en te onpas gebruikt voor bewerkingen die geen recyclage zijn. Recyclage is niet louter het vinden van een nuttige toepassing voor een materiaal. Recyclage is wél elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat wel het opnieuw bewerken van organisch afval, maar niet energie-terugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal.

De Ecolizer volgt de definitie die recyclage beperkt tot die handelingen die materialen zoveel mogelijk in een gesloten materialenkringloop houden. Volgens deze definitie is de bewerking van afvalstoffen tot brandstoffen geen recyclage. Bij verbranden wordt het grootste deel omgezet in emissies naar de atmosfeer en verdwijnt het materiaal dus uit de materialenkringloop. De energiewinning die daarmee gepaard gaat is uiteraard positief maar de Ecolizer beschouwt het niet als recyclage.

Als recyclage niet mogelijk is, zijn de indicatoren voor een afvalscenario van toepassing. U vindt indicatoren voor een Europese afvalverwerking. De indicator bevat reeds een verhouding storten/verbranden voor dit specifiek materiaal.

In de afvalscenario’s gaan we er van uit dat in Europa 80% van het restafval wordt gestort en 20% wordt verbrand. In het Vlaamse Gewest wordt het huishoudelijk afval door of in opdracht van de gemeenten ingezameld. Een brede waaier aan afvalstoffen wordt aangeboden voor recyclage, compostering of hergebruik, waardoor de hoeveelheid restafval lager ligt dan het Europese gemiddelde. Van dit restafval wordt 98% verbrand en 2% gestort.

Voor transportprocessen baseert de berekening zich op de belasting van emissies die zijn veroorzaakt door het winnen en produceren van brandstof en door het opwekken van energie uit brandstof tijdens het rijden.